Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18:1:5:1

Tegemoetkoming verhuiskosten

Onderdeel van CAR/UWO

Lid 1 De verhuiskostenvergoeding bestaat voor betrokkene die op de datum van verplaatsing of indiensttreding een eigen huishouding voert, uit: een bedrag voor de kosten verbonden aan het vervoer van betrokkene en zijn gezinsleden, zomede van inwonend dienstpersoneel naar de nieuwe woning, welk bedrag kan worden vermeerderd met een bedrag voor de reiskosten en zonodig voor overnachtingskosten, welke betrokkene en eventueel zijn echtgeno(o)t(e), ieder voor ten hoogste één reis, vooraf hebben moeten maken ter bezichtiging van woonruimte; een bedrag voor de kosten van vervoer van de bagage en van de inboedel van betrokkene naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken; een bedrag voor eventuele opknapkosten aan de nieuwe woning volgens het bepaalde in artikel 18:1:7:1; een bedrag voor eventuele dubbele huishuur ter grootte van de huursom verschuldigd voor de oude woning over de periode waarover de huren voor de oude en de nieuwe woning samenvallen, voor zover een en ander in het belang van de dienst is; een bedrag voor alle andere uit de verhuizing voortvloeiende kosten waarvan de hoogte wordt bepaald volgens de in lid 2 aangegeven berekening. Lid 2 Het in lid 1, onder e, bedoelde bedrag is: in geval van verplaatsing of indiensttreding, gelijk aan 12% van de jaarbezoldiging van betrokkene op de dag waarop de nieuwe woning kan worden betrokken, met dien verstande dat het bedrag niet minder bedraagt dan 12% van het jaarbedrag van het maximum van salarisschaal 6 en niet meer bedraagt dan 12% van het jaarbedrag van het maximum van schaal 14, welke jaarbedragen dienen te worden vermeerderd met het percentage van de vakantietoelage. in geval van een verplaatsing binnen drie jaren na een eerdere verplaatsing of na een verhuizing als gevolg van indiensttreding, dan wel een verplaatsing binnen drie jaren na een eerste inrichting, gelijk aan 14% van de jaarbezoldiging van betrokkene op de dag waarop de nieuwe woning kan worden betrokken, met dien verstande dat het bedrag niet minder bedraagt dan 14% van het jaarbedrag van het maximum van salarisschaal 6 en niet meer bedraagt dan 14% van het jaarbedrag van het maximum van schaal 14, welke jaarbedragen dienen te worden vermeerderd met het percentage van de vakantietoelage. Lid 3 Aan de betrokkene die op de datum van verplaatsing of indiensttreding geen eigen huishouding voert of wiens eigen huishouding niet naar de nieuwe woning wordt overgebracht, wordt, behoudens het bepaalde in de volgende volzin, in de regel geen andere vergoeding verleend dan die bedoeld in lid 1, onder a, b en d. In bijzondere omstandigheden kan een vergoeding in de kosten, bedoeld in lid 1, onder c en e, worden verleend, met dien verstande dat deze vergoeding niet meer bedraagt dan 4% van de jaarbezoldiging van betrokkene op de dag waarop de nieuwe woning kan worden betrokken. Lid 4 Indien het een verplaatsing dan wel verhuizing betreft van een gezin waarvan beide echtgenoten betrokkene zijn in de zin van deze verordening en geen der echtgenoten een volledige betrekking vervult, wordt de vergoeding zoals bedoeld in artikel 18:1:5:1, lid 1, sub e, afgestemd op het bedrag van de jaarbezoldiging van ieder der echtgenoten afzonderlijk, onder handhaving van het gestelde in de leden 2 en 3 voor wat betreft het minimum- en maximumbedrag van de gezamenlijke vergoeding. Het bovenstaande geldt met dien verstande dat wanneer het totaal aantal arbeidsuren van deze betrekkingen meer dan 40 per week bedraagt, de vergoeding, mits deze hoger is dan het minimumbedrag, vermenigvuldigd wordt met een breuk waarvan de teller 40 is en de noemer het totaal aantal uren van deze betrekkingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel