Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar die is
ontslagen met ingang van 1 januari 2001 of later. (Zie ook
artikel 10:29 lid 1)
**1.** Indien de betrokkene ter zake van de dienstbetrekking waaruit hij
met recht op wachtgeld is ontslagen, aanspraak heeft op een
WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een
invaliditeitspensioen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van
minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van het wachtgeld,
toegekend ter zake van hetzelfde ontslag, met het hierna genoemde
percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een
arbeidsongeschiktheid van
65% tot 80% :
80%;
55% tot 65% :
60%;
45% tot 55% :
50%;
35% tot 45% :
40%;
25% tot 35% :
30%;
15% tot 25% :
20%;
minder dan 15%:
0%.
De som van de in de eerste volzin bedoelde WAO-uitkering, in
voorkomend geval vermeerderd met een invaliditeitspensioen, en het
verminderde wachtgeld bedraagt voorts niet meer dan het
onverminderde wachtgeld dat wordt genoten indien er geen sprake is
van samenloop. Ingeval van overschrijding wordt het overschrijdende
bedrag op het wachtgeld in mindering gebracht.
**2.** Indien de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, geen WAO-uitkering
aanvraagt en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor
de toepassing van dit artikel rekening gehouden met de WAO-uitkering
waarbij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer behoort.
**3.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
door betrokkene, bedoeld in het eerste lid, de WAO-uitkering
vermindering ondergaat, dan wel het recht op deze uitkering geheel
of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit betrokkene redelijkerwijs
kan worden verweten, wordt de bedoelde uitkering voor de toepassing
van dit artikel steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
**4.** Indien de betrokkene aanspraken heeft of verkrijgt op een uitkering
krachtens de Werkloosheidswet of de ziektewet, wordt gedurende de
termijn waarover die aanspraken bestaan, het wachtgeld slechts
uitbetaald voor zover het evenbedoelde uitkeringen te boven
gaat.