Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar die is
ontslagen met ingang van 1 januari 2001 of later. (Zie ook
artikel 10:29 lid 1)
**1.** Op de wachtgelden toegekend krachtens de bepalingen van de
wachtgeldregeling zoals deze luidde voor 1 augustus 1991, worden
voor de resterende duur na 30 juli 1991, de bepalingen van de
wachtgeldregeling zoals deze luiden met ingang van 1 augustus 1991
toegepast, met dien verstande dat de hoogte, voor de reeds
vastgestelde duur nooit lager zal zijn dan op grond van de
wachtgeldregeling zoals deze luidde voor 1 augustus 1991.
**2.** Ten aanzien van de wachtgelden, als bedoeld in het eerste lid, die
voortduren na 30 juli 1991, wordt op basis van de desbetreffende
bepalingen in de wachtgeldregeling, zoals deze luidt met ingang van
1 augustus 1991, de duur opnieuw berekend. Indien de aldus berekende
duur van het toegekende wachtgeld langer is dan de oorspronkelijk
vastgestelde duur, wordt deze laatstgenoemde duur verlengd met het
verschil tussen beide.
**3.** Voor de toepassing van artikel 10:8, derde lid van de
wachtgeldregeling wordt onder het eerder toegekende wachtgeld tevens
begrepen het wachtgeld, waarvan de duur is vastgesteld krachtens
artikelen 4 en 5 van de wachtgeldregeling zoals die luidden tot 1
augustus 1991.
**4.** Voor de toepassing van artikel 10:8, derde lid, van de
wachtgeldregeling wordt onder de eerder toegekende uitkering tevens
begrepen de uitkering waarvan de duur is vastgesteld krachtens
artikelen 4 en 6 van de uitkeringsregeling zoals die luidden tot 1
augustus 1991.