Hoofdstuk 11 is niet van toepassing op de ambtenaar of
arbeidscontractant die ontslagen is met ingang van 1 januari
2001 of later. (Zie ook artikel 11:32 lid 1.)
**1.** De uitkeringsduur is 6 maanden, met ingang van de dag waarop het
ontslag ingaat.
**2.** Indien de betrokkene:
in de periode van 5 jaar onmiddellijk voorafgaande aan het
ontslag ten minste gedurende 3 jaar als werknemer als
bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet en in
dienstbetrekking van 8 of meer uren per week werkzaam is
geweest of;
onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag recht heeft op een
uitkering op grond van de WAJONG of de WAZ; wordt de duur
van de uitkering verlengd met: 3 maanden bij een
arbeidsverleden van ten minste 5 jaar; 0,5 jaar bij een
arbeidsverleden van ten minste 10 jaar; 1 jaar bij een
arbeidsverleden van ten minste 15 jaar; 1,5 jaar bij een
arbeidsverleden van ten minste 20 jaar; 2 jaar bij een
arbeidsverleden van ten minste 25 jaar; 2,5 jaar bij een
arbeidsverleden van ten minste 30 jaar; 3,5 jaar bij een
arbeidsverleden van ten minste 35 jaar en 4,5 jaar bij een
arbeidsverleden van ten minste 40 jaar.
**3.** Het arbeidsverleden, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld
door samentelling van:
perioden, gelegen in de 5 jaar onmiddellijk voorafgaande aan
het ontslag, waarover de betrokkene aantoont als werknemer
als bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet en in
dienstbetrekking van 8 of meer uren per week werkzaam te
zijn geweest, en;
de periode gelegen tussen de 18e verjaardag van de
betrokkene en de dag, gelegen 5 jaar voor het ontslag.
**4.** Perioden, waarin een betrokkene:
Recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend
naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%;
ter zake van een dienstbetrekking op grond waarvan hem door
het rijk invaliditeitspensioen was verzekerd, recht heeft op
een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage
ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een
toelage als bedoeld onder a, die al dan niet vermeerderd met
de arbeidsongeschiktheidsuitkering 73% of meer bedraagt van
de middelsom, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is
of zou zijn berekend;
een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar
een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage
op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met
de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van
het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is
of zou zijn berekend;
na beëindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering
ontvangt op grond van de Ziektewet over de maximale duur,
bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet;
een uitkering ontvangt, die naar aard en strekking
overeenkomt met een uitkering bedoeld onder a of d; worden,
indien deze uitkeringen worden ontvangen in verband met een
gewezen dienstbetrekking van 8 of meer uren per week, in
aanmerking genomen voor de periode van drie jaar, bedoeld in
het tweede lid, en voor de perioden gelegen in de vijf jaar,
onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, bedoeld in het
derde lid.
**5.** Voor de periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid en voor de
perioden gelegen in de vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het
ontslag, bedoeld in het derde lid, worden perioden waarin een
persoon een tot zijn huishouden behorend kind:
beneden de leeftijd van 6 jaar verzorgt, zonder dat deze
persoon in dienstbetrekking van 8 of meer uren per week
werkzaam is geweest of een uitkering heeft ontvangen als
bedoeld in het vierde lid, volledig, en;
vanaf de leeftijd van 6 jaar doch beneden de leeftijd van 12
jaar verzorgt, zonder dat deze persoon in dienstbetrekking
van 8 of meer uren per week werkzaam is geweest of een
uitkering heeft ontvangen als bedoeld in het vierde lid,
voor de helft in aanmerking genomen.
**6.** Voor de toepassing van het vijfde lid worden als periode van
verzorging niet meegeteld de periode waarin:
de verzorgende persoon als werknemer in de zin van een
wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een
uitkering ter zake van werkloosheid of;
de verzorging buiten Nederland plaatsvindt anders dan
tijdens vakanties.
**7.** Indien er in een gezamenlijke huishouding meer verzorgende personen
zijn als bedoeld in het vijfde lid, wordt voor de toepassing van dat
lid als verzorgende persoon van het kind beschouwd, degene van deze
personen die zij als zodanig hebben aangewezen. Ingeval geen
verzorgende persoon wordt aangewezen, is het college bevoegd een van
hen die naar het oordeel van het college als verzorgende persoon
moet worden beschouwd, als zodanig aan te wijzen.
**8.** Voor de toepassing van het vijfde en zevende lid wordt onder:
een kind verstaan een eigen, aangehuwd of pleegkind;
een pleegkind verstaan een kind dat als eigen kind wordt
onderhouden en opgevoed.
**9.** De regels die gesteld zijn krachtens artikel 17b, zevende lid, van
de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige toepassing.