Dit hoofdstuk is van toepassing op een zeer beperkte groep
ambtenaren. (Zie artikel 11a:21)
**1.** In afwijking van artikel 11a:6, derde lid, wordt, indien het in
artikel 11a:2 bedoelde ontslag is verleend op een latere datum dan
het moment waarop de ongeschiktheid voor de vervulling van zijn
betrekking wegens ziekte 24 maanden onafgebroken heeft geduurd, de
in artikel 11a:6, derde lid, genoemde periode verminderd met de
periode die gelegen is tussen de ontslagdatum en het moment waarop
genoemde ongeschiktheid 24 maanden onafgebroken heeft geduurd. Deze
vermindering vindt plaats, te beginnen met de periode gedurende
welke de betrokkene recht heeft op 80% van de berekeningsgrondslag
van de suppletie.
**2.** Voor het bepalen van de in het eerste lid bedoelde periode van 24
maanden worden perioden van ziekte samengeteld indien die elkaar met
een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.