Lid 1
De commissie is samengesteld uit een vertegenwoordiging van het
bestuursorgaan en een vertegenwoordiging van de organisaties.
Lid 2
Voor de vertegenwoordiging van het bestuursorgaan wijst het college uit
zijn midden een vertegenwoordiger en diens plaatsvervanger aan.
Lid 3
Voor de vertegenwoordiging van de organisaties worden per centrale,
bedoeld in artikel 12:1, lid 2, twee leden en hun plaatsvervangers
aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en uit de organisaties, welke
tenminste 6 ambtenaren tot haar leden tellen. Indien verschillende
organisaties deel uitmaken van een zelfde centrale, geldt het in de
vorige zin bepaalde voor deze organisaties gezamenlijk.