Lid 1
Indien in de vergadering moet worden gestemd brengt elke
vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, één stem
uit.
Lid 2
De stem van de vertegenwoordiging der organisaties wordt bepaald door
stemming per vertegenwoordigende organisatie, waarbij voor iedere
organisatie zoveel stemmen worden uitgebracht als ambtenaren bij haar
zijn aangesloten op de eerste van het lopende jaar, met dien verstande,
dat voor een organisatie niet meer stemmen in aanmerking komen dan het
totaal aantal stemmen, dat door de andere organisaties gezamenlijk wordt
uitgebracht. Bij staking van stemmen wordt de vertegenwoordiging geacht
tegen te hebben gestemd.
Lid 3
Indien een organisatie in de loop van het jaar wordt vertegenwoordigd,
geldt voor de toepassing van het vorige lid het aantal aangesloten
ambtenaren op dat tijdstip.