Lid 1
Binnen 2 weken na de kennisgeving in het vorige artikel schrijft de
voorzitter een vergadering van de commissie uit. De vergadering moet
worden gehouden binnen zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.
Lid 2
Tenzij door de commissie wordt besloten het overleg voort te zetten,
wordt in de vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de
vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is.
Lid 3
Het geschil wordt daarna in de eerstvolgende vergadering van de
commissie AB ter beoordeling aan deze commissie voorgelegd.
Lid 4
Alle deelnemers aan het overleg worden door de voorzitter van de
commissie AB in de gelegenheid gesteld ter vergadering hun standpunt
mondeling toe te lichten.
Lid 5
Het oordeel van de commissie AB wordt binnen zeven dagen na de
vergadering toegezonden aan de deelnemers van het overleg.