Lid 1
Het is de ambtenaar slechts toegestaan een hem toebehorend motorrijtuig
in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen bij de
vervulling van zijn betrekking te gebruiken, indien er voor zover hem
daartoe door of namens het college toestemming is verleend. Aan deze
toestemming kunnen bepaalde voorwaarden worden verbonden.
Lid 2
Aan de ambtenaar wordt geen schade vergoed aan een aan hem toebehorend
motorrijtuig in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering
Motorrijtuigen welke hij lijdt ten gevolge van de vervulling van zijn
betrekking, tenzij aan de ambtenaar op grond van het eerste lid van dit
artikel toestemming is verleend voor het gebruik van zijn eigen
motorvoertuig en het motorrijtuig van de ambtenaar allrisk is
verzekerd.
Lid 3
De vergoeding van de schade, zoals in het vorige lid bedoeld, betreft
uitsluitend de vergoeding van het eventuele schadebedrag dat de
ambtenaar vanwege eigen risico te zijnen laste blijft, alsmede de
vergoeding van de eventuele premieverhoging die de ambtenaar in rekening
wordt gebracht als gevolg van de vermindering van de no-claimkorting op
de motorrijtuigenverzekering, voor de duur van ten hoogste drie
verzekeringsjaren. Geen schade wordt vergoed als die schade bestaat uit
de normale slijtage of als er sprake is van aan opzet of bewuste
roekeloosheid grenzende verwijtbaarheid.