Lid 1
Burgemeester en wethouders en de ambtenaar leggen in een persoonlijk
ontwikkelingsplan (POP) de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling
en de vereiste kennis en vaardigheden van de ambtenaar, alsmede een in
dat kader door hem te volgen opleiding en de te ondernemen
activiteiten.
Lid 2
Het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt ten minste een keer per drie
jaar opgesteld en door burgemeester en wethouders vastgesteld.
Lid 3
Een te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten passen in de
doelstellingen, criteria en budgettaire voorwaarden van het gemeentelijk
opleidingsbeleid, zoals neergelegd in het vastgestelde
opleidingsplan.
Lid 4
Zowel voor het verplicht volgen van een voor de functie noodzakelijke
studie of opleiding op grond van artikel 15:1:26, als voor het volgen
van een studie of opleiding in het kader van de persoonlijke
ontwikkeling, gelden de bepalingen uit dit hoofdstuk.
Lid 5
In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden, met inachtneming van de
bepalingen uit dit hoofdstuk, afspraken vastgelegd met betrekking tot
een of meer van de volgende onderwerpen:
de te volgen studie of opleiding.
de keuze van opleidingsvorm of instituut, alsmede de
redelijkerwijs te maken kosten;
de periode gedurende welke een studie gevolgd zal worden;
de minimaal te behalen resultaten en te maken voortgang;
de omstandigheden onder welke een te volgen studie kan worden
onderbroken of gestopt;
de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten
vergoeding bij het voortijdig afbreken van een studie door de
ambtenaar;
de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten
vergoeding bij het verlaten van de gemeentelijke dienst binnen
een te bepalen periode na afronding van de studie;
eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede
uitvoering van de gemaakte afspraken.