Lid 1
De studiefaciliteiten worden verleend voor een door het college van
burgemeester en wethouders bij de verlening te bepalen termijn, die
wordt afgeleid van de normaal te achten duur van de studie.
Lid 2
Het college van burgemeester en wethouders kan de in het vorige lid
bedoelde termijn verlengen.
Lid 3
De in de voorgaande leden bedoelde termijnen worden geacht in elk geval
te zijn verstreken op de datum, waarop het dienstverband van de
ambtenaar met de gemeente eindigt.