**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
opgebouwde verloftegoed: het voor 1 april 2006 opgebouwde
verlof in het kader van de voormalige
verlofspaarmogelijkheid;
kapitalisatie van het opgebouwde verloftegoed: het omzetten
van het opgebouwde verloftegoed in een geldbedrag. Per
verlofuur wordt een bedrag uitgekeerd ten hoogte van het op
het moment van uitbetalen geldende uurloon van de ambtenaar.
**2.** Het opgebouwde verloftegoed wordt op verzoek van de ambtenaar door
het college verleend, tenzij de belangen van de dienst zich
daartegen verzetten. De ambtenaar geniet het verlof zoveel als
mogelijk in een aaneengesloten periode.
**3.** De ambtenaar kan verzoeken om kapitalisatie van het opgebouwde
verloftegoed. Het college beslist of aan dit verzoek kan worden
voldaan. Het verloftegoed kan enkel worden gekapitaliseerd wanneer
de ambtenaar deelneemt aan de levensloopregeling en waneer het
gekapitaliseerde verloftegoed wordt gestort op zijn
levenslooprekening. Bij de kapitalisatie van het opgebouwde
verloftegoed gelden de randvoorwaarden zoals opgenomen in de
wettelijke bepalingen omtrent de levensloopregeling. Wanneer in een
bepaald jaar het opgebouwde verloftegoed niet volledig kan worden
gekapitaliseerd kan de ambtenaar in een volgend jaar opnieuw een
verzoek indienen tot kapitalisatie van het resterende opgebouwde
verloftegoed. Het college beslist dan of aan dit verzoek kan worden
voldaan.
**4.** In geval van ontslag op grond van artikel 8:1 wordt het resterende
opgebouwde verloftegoed zoveel mogelijk opgenomen gedurende de
opzegtermijn. In overeenstemming met de ambtenaar kan hiervoor de
maximale opzegtermijn zonodig worden verlengd. Indien het voor de
ambtenaar, in verband met het aanvaarden van een andere betrekking,
niet mogelijk is om de opzegtermijn te verlengen, wordt het niet
opgenomen resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald ingevolge
het bepaalde in het tiende lid.
**5.** In geval van ontslag op grond van artikel 8:3 , 8:6 , 8:7 , 8:8 ,
8:10 of 8:11 wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld om
voorafgaand aan het ontslag het resterende opgebouwde verloftegoed
op te nemen. Indien dit niet mogelijk is, wordt het niet opgenomen
opgebouwde verloftegoed uitbetaald ingevolge het bepaalde in het
tiende lid.
**6.** In geval van ontslag op grond van artikel 8:5a of 8:13 is de
ambtenaar verplicht het resterende opgebouwde verloftegoed op te
nemen met ingang van de dag dat het voornemen tot ontslag aan de
ambtenaar is meegedeeld. Het ontslag gaat in op de eerste dag na
afloop van de opname van het opgebouwde verloftegoed
**7.** In geval van ontslag op grond van artikel 8:4 en 8:5 of 8:9 wordt
het resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald op grond van het
tiende lid.
**8.** In het geval van overlijden van de ambtenaar wordt aan de
nabestaanden, met inachtneming van het bepaalde van artikel 8:16:2 ,
het resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald ingevolge het
bepaalde in het tiende lid.
**9.** In geval het ontslag als bedoeld in de voorgaande leden een
gedeeltelijk ontslag betreft, worden tussen de ambtenaar en het
college nadere afspraken gemaakt over de opname van het resterende
opgebouwde verloftegoed.
**10.** Indien het opgebouwde verloftegoed wordt uitbetaald, wordt dit
uitbetaald naar het op het moment van uitbetalen geldende uurloon
van de ambtenaar.