**1.** De vakantie kan worden opgesplitst, maar wordt als regel voor ten
minste 2/3 deel, doch in elk geval voor ten minste tien werkdagen,
aaneensluitend verleend.
**2.** De vakantie wordt desverlangd zoveel mogelijk, in het bijzonder
voor wat betreft de aaneengesloten periode, bedoeld in het eerste
lid, verleend in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober. De ambtenaar
wordt in de gelegenheid gesteld vakantie op te nemen op officiële
feestdagen, samenhangend met geloof en/of culturele achtergrond
anders dan de feestdagen genoemd in artikel 4:2:1 derde lid, bij het
huwelijk of geregistreerd partnerschap van bloed- en aanverwanten in
eerste en tweede graad en bij verhuizing.
**3.** De beslissing omtrent de tijdstippen waarop de vakantie zal worden
verleend, alsmede die omtrent de tijdvakken waarin de vakantie
eventueel zal worden gesplitst, berust bij het bestuursorgaan dat de
vakantie verleent. Bij die beslissing wordt, voor zover de belangen
van de dienst en die van de andere ambtenaren die toelaten, zoveel
mogelijk rekening gehouden met de wensen van de ambtenaar.