**1.** Voor de toepassing van dit artikel worden verstaan onder:
Centrales van overheidspersoneel:
de Algemene Centrale van overheidspersoneel (ACOP);
de Christelijke Centrale van overheids- en onderwijs
Personeel (CCOOP);
de Centrale van middelbare en hogere functionarissen
bij overheid, onderwijs, bedrijven en instellingen
(CMHF).
Verenigingen van ambtenaren:
de verenigingen van ambtenaren welke zijn aangesloten bij de
onder a genoemde centrales van overheidspersoneel.
**2.** Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt
door het college buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging
verleend aan de ambtenaar:
voor het bijwonen van algemene vergaderingen van
verenigingen van ambtenaren of, voor zover het algemene
verenigingen betreft welke ook andere groepen van ambtenaren
dan gemeentepersoneel organiseren, voor het bijwonen van
algemene vergaderingen van een landelijke groep van
gemeentepersoneel indien de ambtenaar lid van het
hoofdbestuur, bestuurslid ener landelijke groep of
afgevaardigde van een afdeling is, met dien verstande dat
van elke afdeling voor iedere vijftig leden of gedeelte
daarvan aan ten hoogste twee afgevaardigden tot een maximum
van tien afgevaardigden, verlof wordt verleend;
voor het bijwonen van hoofdbestuursvergaderingen indien hij
lid is van het hoofdbestuur van bondsraad- of
bestuursraadvergaderingen indien hij lid is van de bonds- of
bestuursraad, en van groepsraadvergaderingen indien hij lid
is van een landelijke groepsraad;
voor het bijwonen van één algemene vergadering van de
centrale organisatie waarbij de vereniging van de ambtenaar
is aangesloten, indien hij als vertegenwoordiger van zijn
vereniging aan die vergadering deelneemt.
**3.** Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt door
het college aan de ambtenaar met een volledige betrekking
buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend:
om, indien hij daartoe door een centrale van
overheidspersoneel als bedoeld in het eerste lid, onder a of
door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen,
bestuurlijke en/of vertegenwoordigende activiteiten te
ontplooien binnen die centrale of die daarbij aangesloten
vereniging, onderscheidenlijk binnen het gemeentelijk
apparaat, welke ertoe strekken de doelstellingen van deze
centrale van overheidspersoneel en/of de daarbij aangesloten
vereniging te ondersteunen, alles tezamen voor ten hoogste
216 uren per kalenderjaar;
voor het - op uitnodiging van een vereniging van ambtenaren
- als cursist deelnemen aan een cursus welke door of ten
behoeve van de leden van die vereniging van ambtenaren wordt
gegeven, alles tezamen voor ten hoogste 43,2 uren per twee
kalenderjaren.
**4.** Van het buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging van een
ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur per week
van minder dan 36 uur of waarvoor de seniorenarbeidsduur op grond
van artikel 5:1 of 5:3 is verminderd, wordt het aantal uren genoemd
in het derde lid onder a en b, naar evenredigheid verminderd.
**5.** Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid tezamen, kan voor de
ambtenaar met een volledige betrekking niet meer bedragen dan ten
hoogste 244,8 uren per kalenderjaar, echter met dien verstande dat
ten hoogste 316,8 uren verlof kan worden verleend aan de ambtenaar
die:
lid is van het hoofdbestuur van een centrale van
overheidspersoneel, genoemd in het eerste lid onder a, nr. 1
of 2 en/of van een vereniging van ambtenaren die
rechtstreeks bij die centrale is aangesloten;
lid is van het centrale bestuur van de centrale genoemd in
het eerste lid onder a, nr. 3 en/of bestuurslid is van een
sector of sectie van de centrale. Het buitengewoon verlof
met behoud van bezoldiging van een ambtenaar die is
aangesteld voor een formele arbeidsduur per week van minder
dan 36 uur of waarvoor de seniorenarbeidsduur op grond van
artikel 5:1 of 5:3 is verminderd, wordt het verlof, bedoeld
in het tweede en derde lid tezamen, naar evenredigheid
verminderd.
**6.** Verlof, bedoeld in de vorige leden, kan slechts worden verleend aan
de ambtenaar die lid is van een vereniging van ambtenaren, bedoeld
in het eerste lid, onder b.
**7.** Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt
aan de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij
lid is, is aangewezen als lid van de commissie, bedoeld in artikel
12:1, tweede lid, buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging
verleend voor het bijwonen van de vergadering van die commissie,
alsmede voor een voorvergadering per uitgeschreven
commissievergadering. Hetgeen ten aanzien van de voorvergadering is
bepaald, geldt eveneens voor de ambtenaar die door de vereniging van
ambtenaren waarvan hij lid is, is aangewezen als plaatsvervangend
lid van de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid.
**8.** Het college kan omtrent het bepaalde in dit artikel nadere regels
stellen, waarbij het te verlenen verlof, bedoeld in het tweede,
derde en vijfde lid, op een lager aantal uren kan worden gesteld.