**1.** Over het levenslooptegoed wordt uitsluitend beschikt:
ten behoeve van de uitbetaling van een uitkering tijdens een
periode van (gedeeltelijk) onbetaald verlof op grond van de
Wet arbeid en zorg en hoofdstuk 6;
ten behoeve van het omzetten van het levenslooptegoed in een
aanspraak ingevolge artikel 16.6. van het Pensioenreglement
van de Stichting Pensioenfonds ABP, voor zover de fiscale
grenzen in de Wet op de loonbelasting 1964 niet worden
overschreden.
**2.** Om over het levenslooptegoed te kunnen beschikken meldt de
ambtenaar tenminste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum het
college dat hij wil beschikken over (een deel van zijn)
levenslooptegoed. Het college stelt vast hoe de melding moet
plaatsvinden.
**3.** Het levenslooptegoed mag geheel of gedeeltelijk worden afgekocht in
geval van beëindiging van het dienstverband.
**4.** Met inachtneming van het derde lid, wordt het levenslooptegoed niet
afgekocht, vervreemd, prijsgegeven dan wel formeel of feitelijk als
voorwerp van zekerheid gesteld anders dan ten behoeve van de in
artikel 61k Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 bedoelde
verpanding ten behoeve van de belastingdienst bij buitenlandse
aanbieders.