Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Bevoegdheden van het algemeen bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling afvalstoffenverwijdering Zeeland

1. Aan het algemeen bestuur komen in het kader van de regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. 2. Het algemeen bestuur wijst de brenglocaties aan en brengt de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten binnen twee weken in kennis van dat besluit. 3. De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet overdraagbaar:a. het aanwijzen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur;b. het vaststellen van de begroting, respectievelijk begrotingswijzigingen en de rekening;c. het vaststellen van een reglement van orde;d. het vaststellen van een regeling met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden;e. het vaststellen van een regeling met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van de vermogenswaarden;f. het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding, uittreding en opheffing van de regeling;g. verordenende bevoegdheid aangaande artikel 3 lid 8. 4. a. Ter behartiging van de in artikel 3 aan het openbaar lichaam toebedeelde taken is het algemeen bestuur bevoegd te besluiten tot het oprichten van en deelneming in vennootschappen. b. Een besluit als bedoeld in artikel 6.4 lid a wordt niet genomen dan nadat de raden en   colleges van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam te brengen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel