**1.** Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 1 april de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, voorzien van een memorie van toelichting alsmede de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende 3 jaren (meerjarenraming) toe aan de raden van de deelnemers.
**2.** De raden van de deelnemers kunnen, binnen acht weken na ontvangst, omtrent de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur hun zienswijze naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
**3.** Het algemeen bestuur stelt vervolgens uiterlijk 1 juli de begroting vast.
**4.** Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemers.
**5.** Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen zo mogelijk van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de wijzigingen die geen invloed hebben op de bijdragen van de deelnemers.
**6.** Het dagelijks bestuur heeft, in geval van dringende spoed, de bevoegdheid tot het doen van uitgaven buiten de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting om. Bedoelde uitgaven dienen echter onvermijdbaar te zijn op grond van de bestaande bedrijfsvoering, vastgesteld in de begroting. Het dagelijks bestuur legt ten aanzien van de in dit kader gedane eenmalige uitgaven verantwoording af aan het algemeen bestuur in de eerstvolgende vergadering van genoemd algemeen bestuur. In het geval van structurele uitgaven vindt verantwoording aan het algemeen bestuur plaats middels het tussentijds aanbieden van een begrotingswijziging.
Hoofdstuk 3
Artikel 17
Begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling afvalstoffenverwijdering Zeeland