Naar hoofdinhoud
1. Uiterlijk op 1 april voorafgaand aan het begrotingsjaar doet de centrumgemeente de deelnemende gemeenten een ontwerpbegroting met toelichting toekomen en een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2. De jaarstukken, bestaande uit de jaarrekening en het jaarverslag, worden door de centrumgemeente jaarlijks vóór 1 april na afloop van het dienstjaar opgesteld. 3. Jaarlijks vóór 1 mei wordt door het bestuur de ontwerpbegroting en jaarstukken besproken en vastgesteld. Deze begroting heeft slechts tot doel de financiële verplichtingen van de deelnemende gemeenten vast te stellen. 4. De deelnemende gemeenten delen de centrumgemeente schriftelijk vóór 1 juni mede of zij al dan niet instemmen met de berekening van de gemeentelijke bijdragen. 5. Betaling van de gemeentelijke bijdrage aan de centrumgemeente geschiedt bij wijze van voorschot per kalenderkwartaal op basis van de begrote bijdragen zoals in de goedgekeurde begroting door de deelnemende gemeenten schriftelijk aan de centrumgemeente is medegedeeld. 6. Wijzigingen in de begroting worden na goedkeuring van de deelnemende gemeenten doorgevoerd. 7. De begroting, de begrotingswijzigingen en de meerjarenraming moeten worden ingericht overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 8. Jaarlijks vindt in het algemeen bestuur een evaluatie plaats ten aanzien van het regionale bureau leerplicht/RMC Oosterschelderegio.

Rechtspraak bij dit artikel