De volgende bevoegdheden worden aan het college van burgemeester en wethouders
gedelegeerd;
a. het beslissen op aan de raad gerichte verzoeken om informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur;
b. het naar voren brengen van zijn zienswijzen over het ontwerp van een begroting of een begrotingswijziging van een gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor zover het ontwerp passend is binnen het jaarbudget, dat wil zeggen voor zover geen gemeentelijke begrotingswijziging nodig is;
c. het beslissen op het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 2 van de Wet op de ruimtelijke ordening;
d. het vaststellen van de bebouwde komgrenzen, als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
e. het vaststellen van de bebouwde komgrenzen als bedoeld in artikel 1, lid 5 van de Boswet;
f. het instellen van een programmaraad als bedoeld in artikel 82k van de Mediawet;
g. het toepassen van de bevoegdheden als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet
bestuursrecht, indien deze afdeling van toepassing is verklaard op de voorbereiding van besluiten van de raad.