Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › AFDELING 9.

Artikel 2:32

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011

1.. Het bevoegde bestuursorgaan weigert de vergunning indien de vestiging en/of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een provinciaal inpassingsplan of een rijksinpassingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening en de krachtens die plannen gestelde nadere eisen, dan wel in strijd is met een op grond van de Wet ruimtelijke ordening vastgesteld en inwerking getreden beheersverordening, voorbereidingsbesluit of projectbesluit 2.. Het bevoegde bestuursorgaan weigert de vergunning indien niet voldaan wordt aan de in artikel 2:27 gestelde eisen. 3.. In afwijking van artikel 1:8 van deze verordening kan het bevoegde bestuursorgaan de vergunning weigeren indien naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed. 4.. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt het bevoegde bestuursorgaan rekening met: het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen; de aard van de inrichting; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting; de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied; de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van de inrichting in deze of in andere inrichtingen; de wijze van exploitatie van de inrichting in het verleden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel