Artikel 4 van de wet verplicht gemeenten ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich moeten houden wanneer zij alcoholhoudende drank verstrekken.
Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder a, van de wet moet geregeld worden gedurende welke tijden in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt. Met andere woorden, de schenktijden voor alcoholhoudende dranken moeten geregeld worden.
Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder b en c, van de wet moeten regels gesteld worden met betrekking tot door paracommerciële rechtspersonen in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Uiteraard alleen voor zover er tijdens deze bijeenkomsten alcoholhoudende drank wordt verstrekt door de paracommerciële rechtspersoon. Zoals in het algemene deel van deze toelichting is aangegeven betekent dit dat de gemeentelijke uitwerking moet leiden tot regels die op z’n minst in enige mate bijdragen aan het voorkomen van oneerlijke mededinging. Gekozen is om één duidelijke bepaling voor het verstrekken van alcoholhoudende drank op te nemen voor alle paracommerciële instellingen. De optie om de schenktijden te differentiëren naar de verschillenden soorten van paracommerciële instelling zoals sport, cultuur, studenten, kerkgenootschappen en buurthuizen, maakt de bepaling onduidelijk en ook is er binnen iedere soort van paracommerciële instelling wel weer een differentiatie te maken. De paracommerciële instellingen kunnen bovenop de regel van de verordening zelf de schenktijden verscherpen en opnemen in hun bestuursreglement, afhankelijk van de tijdstippen waarop veel jeugd aanwezig is. Dit zal ook worden gestimuleerd.
Artikel 2:22b
Regulering paracommerciële rechtspersonen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011