In deze afdeling wordt verstaan onder:
inrichting: een locatie waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet substanties, voorwerpen of gegevens, waarvan aanwijzingen zijn om te vermoeden dat zij bestemd zijn voor de productie van een middel zoals bedoeld in artikel 3 van de Opiumwet (onder andere: de teelt van hennep), als hoofdactiviteit of als belangrijke nevenactiviteit te koop worden aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of voorhanden zijn;
exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een inrichting exploiteert en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;
leidinggevende:
de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd;
de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;
de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;
bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van:
de exploitant;
de leidinggevende;
het personeel dat werkzaam is in de inrichting;
toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2;
andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Hoofdstuk 6 › AFDELING 9.
Artikel 2:23
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011