Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:6

Het plaatsen van voorwerpen of stoffen op of aan een openbare plaats

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011

1.. Het is verboden een openbare plaatsanders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. Het college kan een vergunning verlenen van het verbod in het eerste lid. 3.. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of kvan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning als bedoeld in het tweede lid of het derde lid worden geweigerd indien: het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 5.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 2:9; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:13; terrassen als bedoeld in artikel 2:16; overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland; De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer 7.. Het college kan categorieën voorwerpen en/of openbare plaatsen aanwijzen waarvoor het verbod van het eerste lid van dit artikel niet van toepassing is. 8.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel