Voordat een verlaging wordt toegepast, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze
naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of
omstandigheden hebben voorgedaan; c. de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of
van een derde aan wie het college met toepassing van artikel 7 van de wet
werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een
gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 17 van de
wet; of d. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de
gedraging of de mate van verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Horen van de belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand