Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
lijden, die redelijkerwijze niet of
niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag
hem op zijn aanvraag een naar
billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie
staat tot:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
artikel 11 te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
vergunning als bedoeld in artikel 11;
de door het college nader te stellen regels bedoeld in artikel
11, derde lid;
de door het college nader te stellen regels bedoeld in artikel
18, tweede lid, onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 19, tweede lid, tweede
volzin.