Naar hoofdinhoud
1. De grafbedekking wordt binnen een termijn van 4 weken na het verstrijken van de graftermijn in opdracht van het college verwijderd. 2. Het college kan besluiten de grafbedekking in stand te houden indien het een gedenkteken of graf met een bijzondere waarde betreft, zoals bedoeld in artikel 25 van deze verordening. 3. Het college kan besluiten de grafbedekking van een eigen graf langer in stand te houden indien de rechthebbende hiertoe een verzoek indient op grond van bijzondere omstandigheden. 4. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt bekend gemaakt bij de ingang van de begraafplaats en door het plaatsen van een mededelingenbordje bij het betreffende graf. Dit gebeurt minimaal gedurende een jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd. Indien het adres van degene die de zorg droeg over het graf bekend is bij de gemeente, wordt deze tevens per brief ingelicht. 5. Op grond van een daartoe bij het college ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 20 was verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het vierde lid genoemde termijn. 6. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: geen verzoek op grond van het vijfde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend, is verstreken; de grafbedekking niet binnen dertien weken nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald. 7. Het college voert het beleid om (cultuur)historisch waardevolle grafstenen, nadat het graf verwijderd en geruimd is, niet zonder meer te vernietigen. De aan de gemeente vervallen grafbedekkingen zullen in die gevallen aan de zijkant van de begraafplaats worden geplaatst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel