1. Het verlenen van ontheffing mag niet leiden tot een onevenredige
aantasting van:- belangen van derden;- de gebruiksmogelijkheden van de
aangrenzende gronden;- het straat- en bebouwingsbeeld;- de
milieusituatie;- de woonsituatie;- de sociale veiligheid;- de
verkeersveiligheid.2. Een bouwplan wordt geacht passen te zijn in het
straat- en bebouwingsbeeld indien er sprake is van: - goede verhouding
tussen bouwmassa en open ruimte;- goede hoogte-/breedteverhouding tussen
bebouwing onderling;- samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen
bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is;- voor zover als
beschermd dorpsgezicht of als karakteristiek aangewezen:
cultuurhistorische samenhang in de omgeving;- een gunstig
welstandsadvies.
Hoofdstuk 2
Artikel 13
Algemene criteria
Onderdeel van Beleidsregels voor het afwijken van een bestemmingsplan