Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad

1.. Na de opening van een informerende of debatterende ronde kunnen andere aanwezige burgers gedurende een door de voorzitter te bepalen maximale tijd het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. De voorzitter voorkomt daarbij een herhaling van zetten. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden: over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de informerende of debatterende ronde aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. De voorzitter verdeelt de spreektijd. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel