Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 41

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad

1.. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 2.. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. 3.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats op de eerstvolgende raadsavond. Indien beantwoording niet binnen een maand kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4.. De antwoorden worden door het college aan de leden van de raad medegedeeld. 5.. (vervallen) 6.. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel