Het is verboden planten, behorende tot de in lid 2 genoemde soorten of delen daarvan alsmede mossen en paddestoelen:
van hun groeiplaats te verwijderen;
een zodanige plant, mos of paddestoel of deel daarvan, onder zich te hebben of te koop aan te bieden.
Het bepaalde in lid 1 is van toepassing op de volgende plantensoorten:
Beemdkroon (Knautia arvensis)
Blaasjeskruid (Utricularia minor, U. vulgaris)
Blauwe knoop (Succisa pratensis)
Bosanemoon (Anemone nemorosa)
Dubbelloof (Blechnum spicant)
Duifkruid (Scabiosa columbria)
Lavendelheide (Andromeda ploifolia)
Lelietje-der-dalen (Convallaria majalis)
Kleine schorseneer (Scorzonera humilis)
Koningskaars (Verbascum thapus)
Kruipbrem (Genista pilosa)
Kruisdistel (Eryngium campestre)
Stekelbrem (Genista anglica)
Zevenster ( Trientalis europaca)
Zwarte toorts (Verbascum nigrum)
alle paddestoelen (Fungi)
alle soorten veenmos (Spagnum)
alle soorten niet op steen groeiende korstmossen (Lichenes)
kussentjesmos (Leucobryum glaucum)
Het bepaalde in lid 1 geldt niet indien:
de genoemde handelingen betrekking hebben op planten, mossen of paddestoelen gekweekt in tuinen of kwekerijen;
de genoemde handelingen geschieden in het kader van werkzaamheden, welke verband houden met normaal onderhoud en/ of exploitatie van terreinen;
ten aanzien van de in lid 2 onder b genoemde paddestoelen, indien de handeling niet meer dan twee exemplaren of delen daarvan betreffen, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen de soorten paddestoelen;
ten aanzien van de in lid 2 onder c genoemde mossen indien de handeling niet meer dan een vierkante decimeter van deze mossen betreffen.
Het college kan van het bepaalde in lid 1 ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:11:1
Bescherming van de flora
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Heerde 2011