Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2002

1.. In de vergaderingen van de in artikel 1 genoemde commissies wordt aan toehoorders op de publieke tribune het recht verleend te spreken over de onderwerpen die op de agenda staan, zulks met uitzondering van: de verslagen van de vergaderingen; keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; de rondvraag. 2.. Degene, die als toehoorder de commissievergadering bijwoont en het woord wenst te voeren, kan dit bij aanvang of tijdens de behandeling van het onderhavige agendapunt melden. 3.. De voorzitter kan, gehoord de commissie, de toehoorder die daarvan oneigenlijk gebruik tracht te maken, van het spreekrecht daarvoor uitsluiten. 4.. De voorzitter stelt, in overleg met de commissie, eventueel de maximum spreektijd voor toehoorders per agendapunt vast. 5.. Voordat de commissie een aanvang maakt met de behandeling van het agendapunt, stelt de voorzitter de toehoorders in de gelegenheid het woord te voeren. Nadat de commissie in eerste instantie het woord heeft gevoerd, worden toehoorders opnieuw in de gelegen- heid gesteld gebruik te maken van het spreekrecht. Dat geldt ook voor toehoorders die in eerste instantie daarvan geen gebruik hebben gemaakt. De toehoorders dienen zich daarbij te beperken tot het verstrekken van informatie, het geven van een toelichting of het beantwoorden van vragen van de commissieleden ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt. 6.. Ten aanzien van de handhaving van de orde komt de voorzitter gelijke bevoegdheid toe als in artikel 26 van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel