Geen havengeld wordt geheven voor:
vaartuigen, die in opdracht van de gemeente worden gebruikt voor werkzaamheden ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde wateren, werken en voorzieningen;
rijksvaartuigen, voorzover bij wet of algemene maatregel van bestuur vrijstelling is voorgeschreven;
hospitaalschepen, bedoeld in de Wet van 30 december 1905 (Stbl. no. 383);
vaartuigen, welke bij besloten water of een andere vorm van overmacht niet kunnen doorvaren na een ononderbroken verblijf van zeven dagen in het gemeentelijk vaarwater.
KADEGELD
Hoofdstuk
Artikel 10
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegeld 2009