**1..** Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
terrassen als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;
spandoeken, voorzover ze zijn aangebracht boven de weg of voor voetgangers of fietsers bestemde gedeelte van de weg, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben en voorzover:
elk onderdeel tenminste 4,5 m boven de weg gehangen wordt;
de spandoeken op een deugdelijke wijze worden bevestigd ter voorkoming van gevaar voor het wegverkeer;
de spandoeken gedurende maximaal zes weken aanwezig zijn;
er geen sprake is van commerciële reclame;
**2..** Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
**3..** Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt eveneens niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
**4..** De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het vorige artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
**5..** De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het vorige artikel geldt niet voor bouwwerken.
**6..** De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het vorige artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 5
Artikel 2:10B
Afbakeningsbepaling en uitzonderingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Maasdriel 2010