Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Afdeling 3

Artikel 4:19A

Herplant-/instandhoudingsplicht

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Maasdriel 2010

1.. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld, dan wel op andere wijze is tenietgedaan, zal het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die op een andere manier tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, een geldelijke boete opleggen. Daarnaast kan het bevoegd gezag de verplichting opleggen te herbeplanten, overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen en binnen een door hem te stellen termijn. 2.. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die op een andere manier tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 3.. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. 4.. Indien in de nabijheid van de in artikel 4:19 aangegeven houtopstanden werkzaamheden plaatsvinden die de leefbaarheid van de houtopstand nadelig kunnen beïnvloeden zal het bevoegd gezag de uitvoerder van de werkzaamheden opleggen een BEA (Boom Effect Analyse) op te stellen en de daaruit voortvloeiende maatregelen met betrekking tot bescherming van de houtopstand op te volgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel