De ondernemer is verplicht tot het ophalen van
destructiemateriaal van de plaats, waar dit zich
ingevolge de bepalingen van deze verordening
bevindt.
Het ophalen geschiedt uiterlijk op de werkdag, volgende
op die, waarop het destructiemateriaal is aangemeld,
tenzij het betreft destructiemateriaal B of C, dat door
de ondernemer, ingevolge een met de directeur getroffen
regeling, op gezette tijden wordt opgehaald.
Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het
bepaalde in het eerste lid afwijkende regelen met
betrekking tot destructiemateriaal B of C vaststellen,
indien terzake van de aangifte van dit materiaal een
voorziening is getroffen, als bedoeld in artikel 20 der wet.