Het bevoegd gezag kan in het belang van de archeologische monumentenzorg
aan de vergunning, zoals bedoeld in artikel 24 de volgende voorschriften
verbinden:
a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor
de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
b de verplichting tot het doen van opgravingen of;
c de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden
door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg
die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te
stellen kwalificaties.