Het college kan besluiten tot vrijlating van inkomsten uit arbeid tot 25% van die inkomsten tot het wettelijk vastgestelde maximum, gedurende ten hoogste een periode van zes aaneengesloten maanden.
Het college stelt bij uitvoeringsbesluit nadere regels over de voorwaarden waaronder zij oordeelt dat het werk bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde.