De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht maatregelen te treffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en de bescherming van de gezondheid van de in de seksinrichting of het escortbedrijf werkzame perso(o)n(en), alsmede de bescherming van de volksgezondheid.
De in het vorige lid bedoelde verplichting houdt in ieder geval in dat:
a de seksinrichting dient te voldoen aan de hygiëne-eisen die door de GGD worden gesteld;
b de exploitant minimaal één keer per jaar een technische hygiëne-inspectie door de GGD of een door de gemeente aangewezen en daartoe gekwalificeerde instantie laat uitvoeren.
De exploitant en de beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht de in het bedrijf werkzame prostituees in de gelegenheid te stellen zich vier keer per jaar, of vaker wanneer de GGD dit uit het oogpunt van de bescherming van de volksgezondheid noodzakelijk acht, te laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en overige aan het beroep gerelateerde klachten overeenkomstig de landelijke richtlijnen van de stichting SOA-bestrijding.
Indien een arts vast verbonden is aan de seksinrichting of het escortbedrijf, meldt de exploitant of beheerder schriftelijk de naam en het adres van deze arts aan de GGD.
De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht medewerkers van de GGD toegang te verlenen tot de seksinrichting of het prostitutiebedrijf om voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren en voorlichtingsmateriaal te verstrekken gericht op bevordering en instandhouding van de gezondheidssituatie van de in de seksinrichting of het prostitutiebedrijf werkzame prostituees.
De exploitant en beheerder van een escortbedrijf zijn verplicht er zorg voor te dragen dat onder de in de seksinrichting of het prostitutiebedrijf werkzame perso(o)n(en) voldoende informatie- en voorlichtingsmateriaal in verschillende talen wordt verspreid over de aan prostitutie verbonden gezondheidsrisico's en over de aanwezigheid en bereikbaarheid van instellingen op het gebied van de gezondheidszorg en de hulpverlening.
De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht een bedrijfsbeleid te voeren waarin de toepassing van veilige sekstechnieken en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee centraal staan.
De in het vorige lid bedoelde verplichting houdt in ieder geval in dat:
a in de werkruimten te allen tijde voldoende wettelijk goedgekeurde condooms voor gebruik beschikbaar zijn;
b de prostituee het werken zonder condoom mag weigeren;
c de prostituee klanten en/of bepaalde diensten mag weigeren;
d de prostituee mag weigeren met de klant alcoholhoudende dranken te drinken of andere verdovende middelen te gebruiken;
e de prostituee niet verplicht kan worden zich geneeskundig te laten onderzoeken;
f de prostituee het recht heeft op een vrije artsenkeuze;
g voor een seksinrichting of escortbedrijf geen reclame wordt gemaakt waarbij de garantie wordt gegeven of op andere wijze wordt aangegeven dat de in het bedrijf werkzame prostituees vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen;
h op een voor de klant duidelijk zichtbare plaats schriftelijke informatie wordt verstrekt over de toepassing van veilige sekstechnieken en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee.
Paragraaf 5.
Artikel 5.4.
Bescherming van de gezondheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee
Onderdeel van Sexinrichtingen, nadere regels 2011