**1.** Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van een gebouw of terrein, bestemd voor een school, indien:
er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een school berekend volgens het gestelde in bijlage III, delen A en B en het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in artikel 6 of 19 voor medegebruik of uitbreiding heeft ingediend;
het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een andere huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien;
er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een school;
er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een school.
**2.** Bij verwijzing naar een ander (school)gebouw of lokaal zal deze beperkt blijven tot de kern van vestiging van de aanvragende school. Per school zal worden uitgegaan van het gebruik van maximaal twee locaties.
**3.** In geval van een permanente behoefte (15 jaar of meer) aan een leslokaal wordt in principe niet verwezen. Verwijzing kan in die gevallen alleen plaatsvinden als er overeenstemming is tussen alle betrokken partijen. Dat betekent dat, indien het college voornemens is om over te gaan tot verwijzing, er eerst overleg plaatsvindt tussen alle betrokken partijen. Alleen als dit overleg heeft geleid tot overeenstemming, zal verwijzing plaatsvinden. Als echter één of meer betrokken partijen aangeeft niet akkoord te kunnen gaan met de verwijzing, zal de verwijzing achterwege blijven.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 29
Aanduiding omstandigheden
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs