Deze regeling kan worden opgeheven als de colleges daartoe besluiten.
Een besluit tot opheffing treedt in werking met ingang van 1 januari van het jaar volgend
op dat waarin het besluit is genomen.
3.Ingeval van opheffing wordt het districtscollege met de liquidatie van de regeling belast.
Het liquidatieplan wordt door de colleges vastgesteld, gehoord het districtscollege.
4.Ter uitvoering van de liquidatie blijft het districtscollege in functie, zonodig na het tijdstip
van opheffing van de regeling.
5.Een batig saldo komt ten bate en een nadelig saldo komt ten laste van de deelnemende
gemeenten. Dit saldo wordt vastgesteld naar verhouding van het inwonertal van de
gemeenten op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de regeling wordt
opgeheven. Voor de vaststelling van het inwonertal worden aangehouden de door het
Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte bevolkingscijfers.