Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13

De hoogte van de bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels inburgering Barneveld

1. Het college bepaalt de hoogte van de boete, met inachtneming van artikel 38 tweede lid van de wet, en met inachtneming van lid twee tot en met vijf van dit artikel; 2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 150,- en ten hoogste € 250,- bij recidive binnen twaalf maanden indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, geen gehoor geeft aan een oproep en geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25 van de wet. Bij deze bestuurlijke boete gelden de volgende schema's voor de opbouw van de boete: Geen gehoor gegeven aan een oproep of niet of onvoldoende meewerken aan een inburgeringsonderzoek Gedraging Bestuurlijke boete (maximaal) 1e keer niet verschijnen Waarschuwing + nieuwe afspraak 2e keer niet verschijnen € 150,- 3e keer en vaker niet verschijnen (recidive) € 250,- per keer 1. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- en ten hoogste € 500,- bij recidive binnen twaalf maanden indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23 eerste lid van de wet of aan de bij verordening vastgestelde verplichtingen in het kader van deze voorziening, bedoeld in artikel 23 derde lid van de wet. Bij deze bestuurlijke boete geldt het volgende schema voor de opbouw van de boete: Niet of onvoldoende meewerken aan de inburgeringsvoorziening: Gedraging Bestuurlijke boete (maximaal) 1e keer niet meewerken Gesprek + Waarschuwingsbrief 2e keer niet meewerken € 250,- 3e keer en vaker niet meewerken (recidive) € 500,- per keer + stopzetten traject 2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- en ten hoogste € 500,- bij recidive indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde (verlengde) termijn het inburgeringsexamen heeft gehaald. 3. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,- bij recidive binnen twaalf maanden indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde (verlengde) termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 4. Bij de bestuurlijke boetes als bedoeld in het vierde en vijfde lid geldt het volgende schema voor de opbouw van de boetes: Niet behalen van examen Gedraging Bestuurlijke boete (maximaal) 1e keer niet behalen binnen termijn € 250,- 2e keer niet behalen binnen termijn € 250,- 3e keer niet behalen binnen termijn (recidive) € 500,- 4e keer en vaker niet behalen binnen termijn € 1.000,- per keer

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel