1. Het college gaat bij elke op te leggen boete na of gelet op de individuele omstandigheden van de inburgeringsplichtige, afwijking van de hoogte van de voorgeschreven maximumboete geboden is. Onder individuele omstandigheden van de inburgeringsplichtige worden financiële, sociale, fysieke en psychische omstandigheden verstaan.
2. De boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de inburgeringsplichtige de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.
3. Het college ziet af van het opleggen van een boete als elke vorm van verwijtbaarheid in de zin van artikel 2, derde lid van deze beleidsregels ontbreekt.
4. Het college kan afzien van het opleggen van een boete als zij daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
5. Als het college afziet van het opleggen van een boete op grond van dringende redenen, doet zij de belanghebbende daarvan schriftelijke mededeling.
Hoofdstuk
Artikel 15
Verhoging of verlaging van de boete
Onderdeel van Beleidsregels inburgering Barneveld