Het college kan een inburgeringsplichtige die hiervoor een aanvraag heeft ingediend bij de gemeente ontheffen van de inburgeringsplicht, als beschreven in artikel 6 van de wet
a. indien er is vastgesteld dat de inburgeringsplichtige vanwege lichamelijke en/of psychische gronden of een verstandelijke handicap het inburgeringsexamen redelijkerwijs niet kan halen;
b. indien het voor de inburgeringsplichtige op grond van aantoonbare inspanningen redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen;
c. indien de inburgeringsplichtige naar het oordeel van college voldoende is ingeburgerd.