**1..** De toeslag bedoeld in artikel 25 eerste lid van de wet bedraagt 20%
van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in
wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**2..** De toeslag bedoeld in artikel 25 eerste lid van de wet bedraagt 10%
van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in
wiens woning één of meer anderen zijn hoofdverblijf heeft in
dezelfde woning.
**3..** Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet
in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn
hoofdverblijf heeft:
thuiswonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in
aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het
normbedrag van levensonderhoud voor hoger onderwijs genoemd
in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000;
verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt
verzorgd.