1.De afstemming van het recht op bijstand of uitkering bij gedragingen zoals deze in de artikelen 4 en 5 zijn omschreven is vastgesteld op:
**a..** 5% van de bijstandsnorm of uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
**b..** 10% van de bijstandsnorm of uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
**c..** 20% van de bijstandsnorm of uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
**d..** 40% van de bijstandsnorm of uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie;
**e..** 100% van de bijstandsnorm of uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vijfde categorie.
**2..** De afstemming van het recht op bijstand of uitkering bij gedragingen zoals deze in artikel 6 zijn omschreven is vastgesteld op:
**a..** 10% van de bijstandsnorm of uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
**b..** 20% van de bijstandsnorm of uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
**c..** 40% van de bijstandsnorm of uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
**d..** 100% van de bijstandsnorm of uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie;
**e..** 100% van de bijstandsnorm of uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vijfde categorie.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
De hoogte en duur van de afstemming
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ