Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
de motor waarvoor subsidie is verleend, moet binnen 3 maanden na subsidieverlening zijn vervangen of aangepast. Deze periode kan eenmalig worden verlengd met 3 maanden, indien de aanvrager hiervoor apart een verzoek indient.
de motor waar de subsidie betrekking op heeft, mag ten minste 2 jaar na de vaststelling van de subsidie niet zodanig worden vervangen of aangepast dat het niveau fijnstof (PM10) en/of NO2 in de uitstoot hoger wordt dan op het moment van vervanging/aanpassing, en/of de mate van milieubescherming nadelig wordt beïnvloed.
Hoofdstuk
Artikel 9
Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onderdeel van Bijzondere Subsidieverordening Stimulering Schone Rondvaart