De rechthebbende op een
aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten houtopstand die voor
meer dan de helft bestaat uit naaldhout, een heideveld, een veen
of een ander erf of terrein, voor zover niet bedoeld in artikel
8, tweede lid onder b van de Woningwet, en dat met brandbare
gewassen is begroeid, is verplicht de voorschriften op te volgen
die het college geeft ter voorkoming van brand en ter beperking
van de gevolgen van brand.