Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de werkgever

Onderdeel van Verordening Persoonsgebonden Budget Wsw Gemert-Bakel 2008

1.. Het college stelt, nadat het daartoe een voorstel van de Wsw-geïndiceerde heeft ontvangen de hoogte van de subsidie aan de werkgever vast. 2.. De berekening van de hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld op basis van de loonwaarde (procentuele inschatting verdiencapaciteit van de Wsw-geïndiceerde in vergelijking met een werknemer zonder arbeidsbeperking). 3.. Ingeval een voorgestelde loonkostensubsidie niet hoger is dan 50% van het bruto loon (inclusief een vast percentage voor werkgeverslasten van 30%) van de Wsw-geïndiceerde, wordt de loonkostensubsidie door het college op dat bedrag vastgesteld. 4.. Indien bij toepassing van het vorige lid het college gerede twijfel heeft over de juiste hoogte van de loonwaarde respectievelijk de loonkostensubsidie, vindt (in afwijking van het vorige lid) een loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld. Daarbij kan een externe deskundige worden ingeschakeld. 5.. In ieder geval vindt een loonwaardeonderzoek plaats als de voorgestelde hoogte voor een loonkostensubsidie hoger is dan het percentage genoemd in het derde lid. 6.. De loonkostensubsidie wordt vastgesteld voor een periode van 12 maanden. Bij een arbeidsovereenkomst van minder dan 12 maanden geldt de duur van de arbeidsovereenkomst en bij niet voldoen aan de arbeidsovereenkomst de duur dat daadwerkelijk arbeid is verricht. 7.. Verstrekking van subsidie op grond van deze verordening wordt beëindigd indien de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en de Wsw-geïndiceerde wordt beëindigd.

Rechtspraak bij dit artikel