Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

De hoogte van de bestuurlijke boetes

Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Eindhoven 2011

1.. Maximaal € 50,-- indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgerings­plichtig is, geen of onvoldoende medewer­king verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid van de wet. 2.. Maximaal € 250,-- indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende mede­werking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorzieningzoals bedoeld in artikel 23, eerste lid van de wet of aan de verplich­tingen, bedoeld in artikel 8 van deze verordening. 3.. Maximaal € 250,-- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de termijn het inbur­geringsexamen heeft gehaald zoals genoemd in artikel 7, eerste lid van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a van de wet ver­lengde termijn. 4.. Alvorens het college de boete oplegt wordt rekening gehouden met de persoon­lijke omstandigheden, ernst van de gedraging en mate van verwijtbaarheid even­als hetgeen is vastgelegd in de artikelen 31 tweede lid, 32 en 37 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel