Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening Hondenbelasting 2011

De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden; die uitsluitend worden gebruikt om gehoorgestoorden of slechthorenden te leiden; die door de ‘Stichting sociale honden voor gehandicapten Nederland’ als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld; die in een hondenasiel verblijven, indien de eigenaar van een dergelijke inrichting houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming (Wet van 25 januari 1961, Stb. 19); die uitsluitend ten verkoop in voorraad worden gehouden door een houder met een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; die worden gehouden door politieambtenaren, indien zij worden gebruikt voor politiediensten; waarvan de houder geen ingezetene is van gemeente en de hond niet langer dan 90 dagen in het belastingjaar in de gemeente verblijft.

Rechtspraak bij dit artikel